Selecteer jaar
2010
Hilda Kasper
Het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG ) is sinds enkele jaren het centrale punt in een gemeente voor vragen van ouders en kinderen over opvoeden en opgroeien. Maar wordt er anno 2010 al veel gebruik gemaakt van het CJG? Hilda Kasper is sinds april 2010 gedetacheerd vanuit GGD IJsselland coördinator voor de CJG’s in Ommen en Dalfsen.
Optimaal
“Voor de CJG’s in Ommen en Dalfsen was het belangrijk dat de verschillende teams ook echt teams werden. We zijn begonnen met het bekijken van de samenstelling van de teams om ervoor te zorgen dat de toegevoegde waarde van de verschillende leden optimaal uit de verf kan komen. Daar profiteert de klant ook van.” Elkaar vaak zien en elkaar weten te vinden was een belangrijk onderwerp volgens Hilda. “We lopen nog regelmatig tegen obstakels op over de invulling van de CJG, zaken die niet vastliggen en geregeld zijn. Maar daarvoor is het ook een groeimodel. Het feit dat we elkaar nu regelmatig zien werkt een stuk efficiënter en effectiever.”
Hilda vindt het jammer dat veel gemeenten ieder voor zich bezig zijn om invulling te geven aan het CJG. “Het was efficiënter geweest als de overheid een uniform model had gemaakt. Nu verschilt het heel erg per gemeente hoe een CJG wordt gepositioneerd.”
Breed scala vragen
Inwoners weten het CJG steeds beter te vinden. Het CJG kreeg vorig jaar onder andere vragen over eetproblemen bij kinderen, maar ook over scheidingssituaties waarin ouders willen weten hoe zij hiermee om moeten gaan richting de kinderen. “We hebben nu nog vooral een jonge doelgroep. Blijkbaar wordt het CJG in de beleving van mensen gekoppeld aan consultatiebureauvragen. Jongeren in de oudere leeftijdscategorie vinden het vooral prettig om online hun vragen te stellen blijkt uit landelijke ontwikkelingen. Als het contact gelegd, is komen jongeren wel of gaat er iemand naar hem of haar toe. Anonimiteit is dan in het eerste contact belangrijk.”
Voor de toekomst is het belangrijk dat duidelijk wordt dat ouders en kinderen niet alleen de eerste vier jaar maar ook daarna terecht kunnen bij het CJG. “We zijn in eerste instantie ‘CJG-ers’ en niet de individuele deelnemende organisaties. Voor de klant maakt het niet uit wie er zit, als hij of zij maar goed geadviseerd en voorgelicht wordt”, vindt Hilda. “Maar het feit dat we bij elkaar zitten, maakt dat het al een stuk efficiënter gaat. We weten elkaar goed te vinden.”
En wat levert het CJG nu eigenlijk op? “In ieder geval snelheid voor de klant, de lijn van de geleverde zorg wordt beter bewaakt en dat is doelmatiger. Ik merk dat gemeenten heel erg betrokken raken bij de jeugdgezondheidszorg. En ook de betrokkenheid tussen gemeenten en GGD neemt toe.”
Analyse
“Als ik een advies mag geven aan gemeenten in de opstartfase dan zou ik zeggen: maak een gedegen analyse van de situatie in je gemeente om te bepalen wat je nodig hebt in jouw CJG. Je voorkomt daarmee dat dingen dubbel worden gedaan.” Daarnaast merkt Hilda op dat de zorg niet ophoudt bij het CJG. “Het is belangrijk dat ouders en kinderen ook bij ons in beeld blijven als ze naar andere instanties doorverwezen worden.”
Voor de komende periode wordt er door Hilda vooral geïnvesteerd in de externe contacten om het CJG meer bekendheid te geven. “Qua PR lopen we wat achter. Desondanks worden de inloopspreekuren op de CJG's redelijk bezocht, wat met name door de de mond-tot-mond-reclame komt die door CJG-medewerkers in gang is gezet. Overigens vind ik ook dat je eerst het interne proces goed op orde moet hebben voordat je uitgebreid aan PR gaat doen. Als de klanten komen moet het goed werken.”